actueel
missie
organisatie
terecht
cmw penning
vernindingen
archief
contact
 
Overzicht archief
Nederland zet de klok terug

Manifest van de Liga voor de Rechten van de Mens en J'Accuse

"... merkte Descartes op dat de Verenigde Provinciën niet langer de rust verschaften die nodig was voor het ‘in vrijheid’ filosoferen. In plaats van te genieten van kalmte bevond hij zich nu te midden van een ‘troupe de théologiens’ die er op uit waren hem publiekelijk te verketteren. (…) In september 1649 (…) scheepte een gedesillusioneerde Descartes zich in naar Zweden.” Jonathan I. Israel, De Republiek, 1477-1806, p. 652.

De Liga voor de Rechten van de Mens, aangesloten bij de Fédération Internationale des Droits de l’Homme, en J'Accuse spreken hun ernstige bezorgdheid uit over de aantasting van mensenrechten in Nederland in het kader van de bestrijding en voorkoming van eventuele terroristische aanslagen. De Liga en J'Accuse stellen vast dat door reeds genomen en voorgenomen overheidsmaatregelen en wetgeving, de rechten van de mens zoals die zijn neergelegd in de grondwet, in de door Nederland ondertekende Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, alsmede in tal van Europese verdragen die rechtskracht hebben in Nederland, worden geschonden en zullen worden geschonden.

De Liga en J'Accuse wijzen op de kritische en waarschuwende geluiden die o.a. vanuit staatsrechtelijke en strafrechtelijke kringen zijn vernomen. Daarbij is concreet en vaak gedetailleerd op schendingen en mogelijke schendingen van mensenrechten ingegaan. De Liga en J'Accuse sluiten zich aan bij deze kritische geluiden en citeert hier één van hen.  G. Cortens, raadsheer bij de Hoge Raad, zegt over de kabinetsplannen dat “er ingrijpend aan de structuur van het strafproces wordt gemorreld, waarbij het hele bouwwerk gaat wankelen” en hij spreekt van “een heel gevaarlijk pakket” (NRC Handelsblad 11 en 12.2.2005). 

Naast het strafproces – met het toelaten van oncontroleerbaar bewijsmateriaal van de AIVD en verslechterde rechtspositie van de verdachte – valt te noemen: strafbaarstelling van apologie van terreur en opzetten tot haat (onjuridisch vage begrippen); beroepsverboden; verschijningsplicht op politiebureaus; vergaande bevoegdheden van de AIVD; het vasthouden van verdachten op vermoedens tot een verdacht netwerk te behoren; enz. Identificatieplicht kan al leiden tot discriminatie en willekeur.

In het verleden is gebleken dat dit soort maatregelen een blijvend karakter krijgt en niet verdwijnt wanneer aanleiding en reden ervoor zijn verdwenen. Ernstige inbreuken op de grondrechten – inperking van de vrijheid van demonstreren en het meevoeren van leuzen, verbod voor ambtenaren om lid te zijn van bepaalde organisaties – werden in de jaren dertig doorgevoerd. Aanleidingen waren: de NSB die welbewust straatgevechten uitlokte; een werklozenoproer in de Amsterdamse Jordaan; een muiterij op een marineschip in het toenmalige Nederlands Indië. Zij troffen vooral antifascistische organisaties, ook als die niets met het oproer of de muiterij van doen hadden. Deze inperkingen op de grondrechten werden nog gehanteerd in de jaren zestig, zo ten aanzien van vreedzame demonstraties tegen de kernbewapening in oost en west.

De Liga en J'Accuse uiten voorts haar diepe bezorgdheid over het feit dat na de tweede november 2004 in de media en in de politiek een sfeer is ontstaan, waarin uitingen acceptabel worden gevonden welke getuigen van een gebrek aan respect - ja van minachting - voor de rechten van de mens, voor het opkomen en voor het handhaven ervan. Het besef dat mensenrechten in de eerste plaats de rechten van de ‘ander’ zijn, gaat verloren. De termen ‘hysterie’ en ‘heksenjacht’ zijn hier niet misplaatst. Inderdaad grote woorden. De Liga en J'Accuse denken daarbij in het bijzonder aan de poging vanuit de Tweede Kamer om een jonge Nederlandse moslim, vanwege diens uitspraak over het kamerlid Wilders, juridisch te laten vervolgen. Dat betrof een uitspraak voor de televisie, even onwijs als onbelangrijk, maar niet afwijkend van de wijze waarop sommige niet-moslims zich - ook in de media - plegen uit te drukken.

Hoewel politici voortdurend roepen dat het bij terreurdreiging om een uiterst kleine groep gaat,  helpen Kamer en regering mee aan het scheppen van een maatschappelijk klimaat waarin moslims als ‘de anderen’  - die eerst maar eens moet bewijzen een goede Nederlander te zijn - worden gezien. Het is goed eens na te denken over de volgende woorden, die de schrijfster Ann H. Mulder over ‘Het dagelijks leven’ in de tweede wereldoorlog schreef aangaande de mentaliteit van de goede Nederlanders. “Inderdaad leefde er bij de doorsnee bevolking een medelijden, dat – het lijkt mij typerend – culmineerde in de vaak gemaakte opmerking ‘Joden zijn ook mensen’. Maar in dit woordje ‘ook’ was een distantie geschapen en in de misleidend milde overweging dat Joden óók mensen zijn, kiemde een insluipend antisemitisme.” (Onderdrukking en verzet. Nederland in oorlogstijd, IV p.656)

Het gemak waarmee gesproken wordt – met name door de minister van integratie – over ‘autochtonen en allochtonen’, alsof de laatst genoemde  óók in Nederland wonen, is een versluierend – en dus typisch Nederlands – taalgebruik voor een kiemend en insluipend ‘eigen volk eerst’. De leuze ‘eigen volk eerst’ is geen schending van bepaalde artikelen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het is de ontkenning van de gedachte dat er universele mensenrechten zijn.

In 1649 verliet de filosoof Descartes, die lang in Nederland geleefd had, gedesillusioneerd ons land vanwege publiekelijke verkettering. Thans verlaten moslimfamilies, die geen filosofen zijn maar hier lang als goede burgers geleefd en gewerkt hebben en een brugfunctie vervulden tussen de Nederlandse samenleving en de Islam, gedesillusioneerd ons land wegens de publiekelijke verkettering van moslims.

De Liga en J'Accuse willen in het hierna volg ende ingaan op enkele redeneringen en uitspraken, waarmee het negeren van de rechten van de mens alsmede het aantasten van de rechtsstaat worden goedgepraat en gerechtvaardigd.

‘We zijn en blijven een rechtsstaat en die wordt niet aangetast door de anti-terreurmaatregelen’.
Deze uitspraak ligt in het verlengde van eveneens veel gehoorde uitspraken als: ‘Nederland is nog altijd een democratie’, ‘We zijn toch een rechtsstaat’. In deze gedachtegang worden democratie en rechtsstaat gezien als een soort bezit: je hebt het of je hebt het niet. In feite gaat het om de uitkomst van lange – en zeker nog niet voltooide – ontwikkelingen, die met vallen en opstaan verliepen, met stroomversnellingen en regressie. Het is zelfs niet goed mogelijk aan te geven wanneer de democratie of de rechtsstaat ‘begon’. Werd Nederland een democratie met de grondwet van 1848? Met het algemeen stemrecht voor mannen in 1917? Met dat voor vrouwen in 1919? Met het statuut voor het Koninkrijk dat een einde maakte aan koloniale verhoudingen? Of is de democratie nog lang niet voltooid? Bij elk optreden van de overheid en van organen van de overheid staan rechtsstaat en democratie op het spel. De strijd voor mensenrechten en hun formulering in grondwetten, internationale verdragen en plechtige verklaringen heeft primair tot doel de mensen te beschermen tegen staatsraison en hen te vrijwaren voor willekeur en onrechtvaardige behandeling door de staat en zijn organen.

‘Veiligheid gaat boven alles. Better safe than sorry’
Het laatste was bijna kamerbreed de teneur van de debatten in de Tweede Kamer over terrorisme. Maar zegt een regering na een misdrijf ooit sorry? Deed de Amerikaanse regering het na de elfde september of de Spaanse na de aanslagen in Madrid? Een volksvertegenwoordiging dient een regering ter verantwoording te roepen en eventueel naar huis te sturen, niet om ‘sorry’ te laten zeggen wanneer er een misdaad is begaan. En is men ooit safe, ooit veilig? Een profiel van ‘de’ terrorist is niet te geven. Veel terroristen handelden als eenling, zoals de moordenaar van Fortuyn en (waarschijnlijk) Mohammed B, zoals in het verleden bij de aanslag op Hitler in 1939, bij de Rijksdagbrand in 1933 en zoals bij aanslagen op ‘gekroonde hoofden’ en presidenten rond 1900. Veiligheid? In landen en omstandigheden waar werkelijk sprake is van aanslagen – Israël, Frankrijk in de periode na de Algerijnse oorlog, Engeland in tijden van IRA aanslagen – worden gebouwen en instellingen bewaakt. De inbreuk op privacy van de burger is daarbij het controleren van de inhoud van tassen bij het betreden van warenhuizen en restaurants. In Nederland spreekt niemand daarover. Wel over beveiliging van parlementsleden die bedreigd worden. Of die bedreiging meer is dan haatmail op computers en websites, is staatsgeheim.

Een suggestie: geef parlementsleden, die door moslimextremisten bedreigd worden, een ‘Khadafi-lijfwacht’ van jonge moslima’s, die bij de politie werken en die – in burger, liefst  met hoofddoekje om - de bedreigde personen beschermen. Dat bij een aanslag ook moslima’s gedood kunnen worden, zal fanatici misschien niet afschrikken. Het kan wel integratie en emancipatie van moslims bevorderen (zeker als moslimorganisaties zich achter deze suggestie plaatsen), al was het maar vanwege de discussies die het op zal roepen.

‘Het is oorlog, het internationale terrorisme bedreigt nu ook de Nederlandse samenleving’ .
De werkelijkheid is dat de moorden op Pim Fortuyn en op Theo van Gogh puur Nederlandse aangelegenheden waren. Zij vormen geen bedreiging voor Nederland als samenleving. Vreemd genoeg wordt steeds gesproken over ‘de eerste twee politieke moorden na die op Johan de Witt in 1672’. Is men vergeten dat er andere doden vielen? Bij de treinkaping in Beilen door jonge Molukkers en bij een aanslag op een schip van Greenpeace. De positie van de jonge Molukkers toen is vergelijkbaar met die van bepaalde jonge moslims nu. Nederland reageerde nogal nuchter op de treinkaping. En niet onverstandig.


Thans staart men zich blind op de twee ‘bekende Nederlanders’.  Drie eremoorden, kort na elkaar, vormen slechts een gemengd bericht. Bij zinloos geweld, en moorden op leerkrachten en winkeliers zijn de officiële reacties eerder ‘sorry’, dan een beleid om het land ‘safe’ te maken. Toch vormt dit soort moorden en geweld in het algemeen een grotere bedreiging voor de samenleving dan de risico’s die ‘bekende Nederlanders’ lopen. Een leraar kan niet afgeschermd worden van zijn leerlingen, een winkelier niet van zijn klanten. Het geweldsprobleem is veel groter dan het terrorismeprobleem. Er worden jaarlijks 80.000 kinderen mishandeld. Dat zijn, zo zeggen deskundigen, evenveel potentiële geweldplegers in de toekomst (op vijftig na, die sterven als gevolg van mishandelingen). 


‘In de strijd tegen terrorisme moet alles uit de kast worden gehaald’. 
In de politieke debatten over terrorisme vallen langzamerhand drie stromingen te onderscheiden. De eerste bepleit harde maatregelen. De tweede keiharde maatregelen. De derde ten slotte kei en keiharde maatregelen. Het woord ‘hard’ is niet meer weg te denken uit het politieke discours zoals dat in de Tweede Kamer gevoerd wordt. Is ‘hard’ effectief? Komt men niet in een spiraal van terreur – repressie –terreur – hardere repressie enz.?

De aanslag op Theo van Gogh mislukte op één belangrijk punt. De dader had als martelaar willen sterven. Door oneigenlijke zaken uit de kast te halen, zoals het belemmeren van het wer k van kamerleden,  teneinde maximaal te kunnen straffen, dreigt men alsnog een martelaar van hem te maken. Zeker in de ogen van gelijkgezinden. Haatmail van moslims wordt strafbaar. Maar kijkt men even hard naar haatmail tegen moslims? Rechtsongelijkheid wekt woede. Zeker in een samenleving die er hoog van opgeeft een rechtsstaat en een democratie te zijn. Apologie van terreur wil men vervolgen. Maar premier Balkenende noemde kort geleden Von Stauffenberg, die in 1944 de aanslag op Hitler pleegde, een groot Europeaan. Krijgt hij daar straks last mee? Hoe je het ook went of keert, die aanslag valt onder elke omschrijving van terreur. Er zat zelfs een heus complot achter. ‘Ja, maar dat was wel wat anders!’ zal men roepen. Maar roepen of denken jonge moslims, die zich gediscrimineerd voelen, dat ook? Wie alles uit de kast van de rechtsstaat haalt, loopt het risico als een olifant door de porseleinkast van die rechtsstaat te lopen, daarbij de mensenrechten te vertrappen en de porseleinkast leeg achter te laten.

‘Het is begrijpelijk dat de AIVD wordt versterkt in de strijd tegen terrorisme’.
Deze uitspraak beluistert men zelfs bij scherpe critici van het antiterreur beleid. De AIVD is een geheime dienst, onttrekt zich aan openbare en in feite ook aan ‘vertrouwelijke’ controle. Het bestaan en accepteren van de AIVD legitimeert schending van de rechten van de mens. Fouten en vergissingen van geheime diensten hebben hierdoor veel fatalere gevolgen voor de mensenrechten dan bij instellingen die in het openbaar werken. Zonder dat zij zich kunnen verdedigen en zelfs zonder dat zij er weet van hebben worden dossiers over personen aangelegd, dikwijls met onjuiste informatie. Deze valse informatie kan tegen deze mensen gebruikt worden. Er zijn voldoende gevallen bekend waar dit het geval is geweest. Geheime diensten gaan de bevoegdheden, die zij formeel hebben, te buiten, zoals zelfs vertrouwenscommissies, die lang niet alles vernemen, constateren (onlangs nog t.a.v. de militaire inlichtingendienst). Geheime diensten richten hun aandacht - en doorgaans bij voorkeur - op kritische en oppositionele groepen en personen, die naar maatschappelijke en politieke veranderingen streven met volkomen legale middelen en zonder op enig moment de veiligheid van staat of van personen in gevaar te brengen. Geheime diensten hebben altijd de neiging om complotten te zien waar die niet bestaan en het bestaan van een netwerk als bewijs voor een complot te zien. De diensten zelf zijn maar al te vaak betrokken geweest in puur criminele activiteiten, hebben daartoe aangezet en duistere zaken verdoezeld. Men bedenke dat de hier boven reeds genoemde terreuraanslag op een schip van Greenpeace, waarbij een Nederlander gedood werd, gepleegd werd door een geheime dienst. Men bedenke dat onlangs een Nederlander, van medeplichtigheid van zeer zware, onder Saddam Hoessein in Irak begane misdaden verdacht, geruime tijd in een veilig tehuis van de AIVD kon verblijven. Geheime diensten hebben een reëel belang bij het bestaan van personen en groepen die zij denken in de gaten te moeten houden. Daarmee hebben zij er belang bij de gevaren die deze groepen voor staat of maatschappij zouden kunnen hebben, zo groot mogelijk voor te stellen. Tegenover de uitspraak, waarmee deze alinea begon, valt de stelling te plaatsen: de AIVD versterkt het terrorisme.

Alles overziende komen de Liga voor de Rechten van de Mens en J'Accuse tot geen andere conclusie dan dat door toedoen van de overheid en aangewakkerd door een deel van de media, er in Nederland een klimaat is geschapen welke het terrorisme eerder aanwakkert dan ontmoedigt. Een toekomstige historicus van de strijd voor mensenrechten kan de periode in dit land vanaf de moord op Pim Fortuyn en in het bijzonder de tijd na de tweede november 2004, beschrijven onder de titel: Nederland zet de klok terug.

Amsterdam, 18 maart 2005.

top page