actueel
missie
organisatie
terecht
cmw penning
vernindingen
archief
contact
 
Overzicht commentaar

HONGERSTAKING MEHDI HOOSHJAR. door Astrid Essed

Mehdi Hooshjar, een uitgeprocedeerde Iranese asielzoeker is reeds vanaf 26-11-2005 in hongerstaking. Aanleiding tot deze hongerstaking is voor hem het feit, dat hij is uitgeprocedeerd, overigens volgens de omstreden AC-procedure. Hij dreigt naar Iran uitgezet te worden. De in 1999 naar Nederland gevluchte Iraniër heeft niet alleen deelgenomen aan een studentenopstand in 1999, maar is eveneens Christen. Hoewel er in Iran geen sprake is van structurele vervolging van geboren christenen [waaronder de meeste in Iran aanwezige Armeniërs en Assyriers], is een en ander wel het geval met tot het christendom bekeerde moslims na 1979 [de omverwerping van het bewind van de sjah door linkse en islamitische strijdorganisaties]. Zij worden regelmatig vervolgd vanwege apostasie [afvalligheid van de Islam], een strafbaar feit, waarop maximaal de doodstraf staat. Ook leden van de zogenaamde ''moderne Kerken'', waaronder de Pinkstergemeente, die actief zijn in het bekeren van moslims, worden vervolgd.

Aangezien Mehdi eveneens tot het christendom is overgegaan, dreigt vervolging. Mehdi heeft in een poging zijn hongerstaking voor het Ministerie van Justitie voort te zetten [hij was inmiddels langer dan 40 dagen, de kritieke fase, in hongerstaking]. Hij werd echter op maandag 9 januari gearresteerd door de Vreemdelingenpolitie. Hoewel de vreemdelingenpolitie krachtens de asiel,-  en vreemdelingenwetgeving bevoegd is tot arrestatie van ''vreemdelingen zonder geldige papieren'' over te gaan, acht ik een dergelijke arrestatie niet alleen onacceptabel vanwege zijn medisch-humanitaire situatie, maar het staat eveneens op gespannen voet met het internationaal recht, specifiek het verbod op refoulement, gezien zijn gerede angst voor vervolging op grond van zijn religieuze overtuiging. Mehdi is inmiddels na een kort verblijf in de penitentiaire inrichting in Scheveningen, naar het uitzetcentrum Zestienhoven overgebracht. Op 14 januari is de vijftigste dag van de hongerstaking van Mehdi ingetreden.

De hongerstaking is een uiterste wanhoopsdaad van Mehdi Hooshjar. Geconstateerd is dat hij bij terugzending vervolgingsgevaar loopt. Ik roep lezers op de website van het Platform ''Red Mehdi van de Doodstraf'' te bezoeken en eveneens een solidariteitsverklaring te plaatsen.

Het websiteadres van het Platform is: www.redmehdi.com

Het e-mailadres is: redmehdivandoodstraf@hotmail.com

MENSENRECHTENSITUATIE IN IRAN:

Internationale wetgeving:

. Op grond van artikel 33 van het VN-Vluchtelingenverdrag uit 1951, waar Nederland verdragspartij bij is, is het verboden iemand terug te sturen naar een land of gebied, waar een gerede kans is op vervolging op grond van ras, nationaliteit, politieke en religieuze activiteiten of behorend tot een bepaalde sociale categorie

. Volgens artikel 3 van het VN-Verdrag tegen Foltering van 1984 is het evenzeer verboden, iemand terug te sturen naar een land of gebied, waarbij er een gerede kans is op marteling. Nederland heeft dit mensenrechtenverdrag ondertekend en is uiteraard gehouden aan de naleving daarvan.

. Een ander belangrijk rechtsartikel is artikel 3 EVRM [het Europees Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden], dat uitzetting naar oorlogsgebieden of een mensenrechtenschendend land verbiedt.  

Algemene mensenrechtenschendingen in Iran:

Mehdi is een christen. Alvorens nader in te gaan op de algemene situatie in Iran ten aanzien van vervolging van christenen, vind ik het van groot belang nog eens nadrukkelijk te vermelden, dat deze gelukkig nog beperkt gebleven vervolgingen gezien dienen te worden tegen het licht van het algemeen repressieve klimaat in Iran ten aanzien van andersdenkenden, kritische journalisten, homoseksuelen, mensenrechtenactivisten etc, met name wanneer er sprake is van kritiek op de regering.

Er is een ernstige verscherping van de mensenrechtenschendingen sinds het aantreden in augustus 2005 president  Ahmadinejad. Maar evenzeer is het van belang te bedenken dat ook voor het aantreden van deze regering, er sprake was van een zeer slechte mensenrechtensituatie.

Met name de rapportages van Amnesty International, alsmede Human Rights Watch getuigen van de veelal ernstige mensenrechtensituatie in Iran.

Een en ander wordt aangevuld door het Ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat vooral de nadruk legt op de beknotting van de vrijheid van meningsuiting, hetgeen eveneens in de rapportage van Amnesty en Human Rights Watch terug te vinden is.

Zo was er ook voor het aantreden van de huidige behoudende regering Ahmadinejad sprake van ernstige mensenrechtenschendingen in de vorm van systematische mishandeling en marteling, buitengerechtelijke executies, executies van minderjarigen en homoseksuelen, wettelijke willekeur, vervolging van dissidenten en religieuze minderheden en beperking van de vrijheid van meningsuiting.

Vervolging religieuze minderheden:

De vervolging van religieuze minderheden heeft zich helaas in toenemende mate voortgezet bij het aantreden in juni 2005 van de regering Ahmadinejad. Uit berichtgeving blijkt dat met name een bepaalde categorie christenen steeds vaker het doelwit worden van vervolgingen door de regering.  

Er is ook sprake van een toenemende onderdrukking van de Bahaigeloofgemeenschap [een afwijkende sectie van de officiële Iranese sjiitische Islam]. Zo was er sprake van de arrestatie van de heer Mashadi, een vooraanstaand lid van de Bahaigemeenschap, vanwege zijn protest tegen de onderdrukking van de Bahai geloofsgemeenschap, op het gebied van onderwijs, werk en religie.  

Eveneens is op 15 december 2005 de heer Mahrari, die reeds 10 jaar gevangenzat op grond van vervolging vanwege zijn geloofsrichting, dood in zijn cel aangetroffen onder tot dusver onopgehelderde omstandigheden. De heer Mahrari was volgens Amnesty International een gewetensgevangene. De Bahaigeloofgemeenschap wordt door het officiële Iraans-islamitische sjiitisme als afvallig beschouwd en in tegenstelling tot christendom, Jodendom en zoroastrianisme, niet als geloofsgemeenschap erkend en staat reeds lang aan vervolgingen bloot

Zoals reeds eerder opgemerkt is het christendom, het Jodendom en het zoroastrianisme erkend als religieuze minderheden in Iran. Gezien de toegenomen christenvervolgingen is het van groot belang te beseffen, dat er in Iran zeker geen sprake is van algemene christenvervolgingen. Religieuze minderheden hebben het recht op de eigen publicaties en het praktiseren van de religieuze gebruiken. Wel is er sprake van sociaal-maatschappelijke discriminatie, bijvoorbeeld bij het verkrijgen van een baan bij de overheid of aan de overheid gelieerde instanties [zie Ambtsbericht van BUZA].

Er is in Iran een christelijke gemeenschap van ongeveer 300.000 mensen, hoofdzakelijk bestaande uit Armeense en Assyrische christenen. Geboren christenen ondervinden in slechts geringe mate een openlijke staatsvervolging.  

Een uitzondering wordt slechts volgens de officiële Iranese richtlijnen gemaakt voor mensen, die voor de islamitische revolutie van 1979, die een einde maakte aan het bewind van de Shah, tot bekering zijn gekomen.  

In de laatste week van november werd een Iranese bekeerling, die leiding gaf aan een onafhankelijke christelijke huiskerk in Noord-Oost Iran, ontvoerd en op 22 november jongstleden neergestoken. De plaatselijke politie deed huiszoeking en nam o.a. een aantal Bijbels in beslag. Eveneens wordt er druk uitgeoefend op gedetineerde ''moderne'' christenen, die dus bekeerd zijn, terug te keren naar de islamitische religie. Een ander voorbeeld van een christelijke bekeerling, die voorhanger is van een Evangelische Gemeente, is de heer Pourmand, die in september 2004 is gearresteerd samen met twintig andere christenen, van wie de anderen tussen vier en zes weken zijn vrijgelaten.  

Martelingen en mensenrechtenschendingen:

Gedetineerden in Iran worden mishandeld en gemarteld, bijvoorbeeld om bekentenissen af te dwingen. Herhaalde afranselingen, geseling van de voetzolen met staalkabels en het ondersteboven ophangen aan het plafond zijn enkele toegepaste martelmethodes. Ook vinden psychologische martelingen plaats, zoals het dreigen iemand te zullen doden. Vergrijpen als diefstal en ‘verderfelijk dansen’ kunnen worden bestraft met geselingen en zelfs met amputatie van een hand. In 2001 werden zeker 285 mensen gegeseld, vaak in het openbaar.

Conclusie:

Resumerend kan dus gesteld worden, dat het terugsturen van asielzoekers naar Iran, zeker wanneer er sprake is geweest van dissidente activiteiten, journalistiek werk, homoseksualiteit, de regering onwelgevallige literaire schrijvers en andere kunstenaars en de zogenaamde bekeerde christenen, alsmede mensen met kritische internetactiviteiten, in strijd is met zowel het VN-Vluchtelingenverdrag gezien de te verwachten vervolging als met het VN-Anti Folterverdag gezien de mensenrechtenschendingen en veelal oneerlijke procesgang in Iran, ook wat betreft de zaak van de heer Mehdi.

top page