actueel
missie
organisatie
terecht
cmw penning
vernindingen
archief
contact
 

Overzicht actueel

Juryrapport Clara Meijer Wichmann Penning 2011 voor Liesbeth Zegveld

Liesbeth Zegveld (Ridderkerk, 1970) studeerde Rechten aan de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde cum laude op een dissertatie die veel indruk maakte en zelfs werd beloond met meerdere prijzen. Ze werkt als advocaat en partner bij Böhler Advocaten te Amsterdam en als hoogleraar Internationaal Humanitair Recht, in het bijzonder de Rechten van Vrouwen en Kinderen, aan de Universiteit Leiden. Ze heeft veel gepubliceerd over onderwerpen op dit rechtsgebied. Daarnaast is zij betrokken bij het Committee for Compensation for War Victims van de International Law Association en bij de Raad van Advies van het Rights Forum dat zich inzet voor een door de Nederlandse regering te voeren Midden-Oostenbeleid dat op het internationaal recht is gebaseerd en zo kan bijdragen aan een duurzame oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Liesbeth Zegveld is een uitzonderlijk begaafd jurist met een ondanks haar nog relatief jonge leeftijd grote staat van dienst.

Ze trad op als advocaat voor Stichting Greenpeace Nederland in zaken rond Trafigura en de dumping van zeer giftige afvalstoffen vanuit het schip Probo Koala in Ivoorkust en als raadsvrouw voor de Sea Shepherd Foundation die zich jaarlijks actief inzet tegen de Japanse walvisvaart in het zuidpoolgebied. In de strijd tegen deze walvisvaart is er al jarenlang politieke druk vanuit Japan om de Nederlandse regering te bewegen aan de schepen van Sea Shepherd geen toevlucht meer te bieden onder Nederlandse vlag. Gezien de economische en ook politieke (in de verhouding tussen Nederland en Japan) belangen die op het spel staan en de beperkte middelen die aan Sea Shepherd ten dienste staan, is het gevecht van Sea Shepherd dat er een van David tegen Goliath. Liesbeth Zegveld schaarde zich hier als raadsvrouw aan de zijde van de partij die met zeer beperkte middelen en tegen een economische en politieke overmacht blijft strijden en zich inzet, zoals zijzelf ook in zovele andere zaken heeft gedaan en doet.

Tekenend voor Liesbeth Zegveld is dat ze opkomt voor waar haar missie ligt en waar ze het verschil kan maken, ook als ze zich daarvoor grote inspanningen moet getroosten en daarbij de nodige tegenwerking of weerstanden ondervindt. 

Naast de inzet van Liesbeth Zegveld als raadsvrouw voor onder meer natuur-,  milieu- en mensenrechtenorganisaties heeft zij zich met verve toegelegd op het gebied van rechtsmiddelen voor oorlogsslachtoffers en het opkomen voor hun mensenrechten. Daarbij gaat het om vaak zeer langdurige procedures waarin zij als raadsvrouw opkomt voor slachtoffers en nabestaanden van genocide, gewapende conflicten en oorlogsmisdaden. Zo trad zij op voor slachtoffers van gifgasaanvallen door Irak waarbij de Nederlandse zakenman Van Anraat de grondstoffen had geleverd. Ook treed en trad zij via een civiele procedure tegen de Nederlandse Staat op voor de slachtoffers van de genocide in Srebrenica en de weduwen Rawagedeh uit Indonesië van wie de echtgenoten in 1947 door Nederlandse militairen zijn geëxecuteerd. 

In tijden van oorlog en gewapend conflict zijn de bevolking en onschuldige burgers regelmatig slachtoffer. In de praktijk blijkt het voor dergelijke slachtoffers van gewapende conflicten, oorlogsgeweld, genocide en misdaden tegen de menselijkheid lastig om rechtsherstel, erkenning van hen aangedaan leed en compensatie te verkrijgen. Op zich zijn er verdragen en regelgeving die mede beogen om onschuldige burgers in tijden van oorlog en gewapend conflict te beschermen, maar wanneer deze bescherming niet plaatsvindt en burgers toch slachtoffer worden of zelfs doelbewust worden belaagd, is het in de praktijk daarna voor die slachtoffers vaak zeer lastig om erkenning van hen aangedaan leed, rechtsherstel en compensatie te behalen, zeker wanneer de Staat in het geding is. Daarbij speelt ook de grote complexiteit van het internationaal humanitair recht, de hoeveelheid en wirwar van regels en de wijzen waarop deze regels in de praktijk tot uitvoering komen. In situaties van oorlog, gewapend conflict en genocide zijn de feiten die zich concreet hebben afgespeeld moeizaam boven water en bewezen te krijgen. Een obstacle bij civiele vorderingen tegen de Nederlandse Staat is ook dat vaak een verjaringstermijn geldt van vijf jaar, terwijl zo’n korte termijn in dergelijke oorlogssituaties (volstrekt) niet adequaat is.

Liesbeth Zegveld heeft zich er actief en langdurig voor ingezet dat deze complexiteit van verdragen, regels en wetgeving zo kunnen worden toegepast dat slachtoffers ook daadwerkelijk rechtsherstel, compensatie of schadevergoeding verkrijgen voor het hen toegebrachte leed en in het bijzonder ook erkenning van wat hen is misdaan. Met toewijding  tracht zij de feiten boven water en bewezen te krijgen die zich in de praktijk concreet hebben afgespeeld. 

Als scherpzinnig jurist betreedt Liesbeth Zegveld juridische paden waar nauwelijks een ander advocaat de moed, inzet en volharding heeft om tegen alle weerstanden in door te gaan tot rechtsherstel en erkenning voor de slachtoffers is behaald. Liesbeth Zegveld is de bewonderenswaardige pionier die al meer dan een decennium opkomt voor slachtoffers van gewapende conflicten, oorlogsmisdaden en genocide en die in de bestaande complexiteit van verdragen, wetgeving en regels in de praktijk een weg heeft kunnen vinden om deze slachtoffers met succes terzijde te kunnen staan.

Juist ook als het optreden, handelen en nalaten van de Nederlandse Staat in dergelijke situaties van gewapende conflicten, oorlogsmisdaden en genocide in het geding is en deze Staat bijvoorbeeld verweten wordt in dorpen en enclaves de bescherming van de bevolking waartoe zij vanuit de Verenigde Naties was gehouden niet te hebben geboden of door haar militairen in Rawagede in 1947 zelfs actief is overgegaan tot executies was het in de praktijk uiterst moeizaam om voor de slachtoffers de erkenning van hen door de Nederlandse Staat toegebracht leed te verkrijgen die zij nodig hebben, maar Liesbeth Zegveld hield op indrukwekkende wijze stand.

Wanneer de Nederlandse staat werd aangesproken op dergelijke schendingen verschanste de Staat zich vaak achter de dijken en hield zij elke erkenning van het (mede) door haar handelen en nalaten veroorzaakte leed bij slachtoffers af. 

Waar andere advocaten veeleer afhaakten vanwege de grote complexiteit en politieke gevoeligheid van dergelijke zaken of de zeer geringe financiële vergoeding die er tegenover stond, is Liesbeth Zegveld zich al die jaren blijven inzetten voor deze slachtoffers, ook al ondervond ze de nodige tegenwerking, waren de feiten moeizaam boven water te krijgen en stelde de Staat zich meerdere malen welhaast op als een ondoordringbare vesting.

De Liga voor de Rechten van de Mens en Stichting J’accuse hebben besloten aan Liesbeth Zegveld de Clara Meijer Wichmann- Penning 2011 toe te kennen voor haar uitzonderlijke verdiensten op het gebied van de bescherming van de Rechten van de Mens, haar bijdrage aan de positie van het slachtoffer binnen het internationaal humanitair recht en in het bijzonder voor de grote toewijding en vasthoudendheid waarmee ze opkwam en opkomt voor slachtoffers van gewapende conflicten, oorlogsgeweld en genocide. 

Beide organisaties willen met deze erkenning tegelijkertijd benadrukken dat het van groot belang is dat de Nederlandse Staat in haar omgaan met regelgeving en optreden bij of deelname aan internationale gewapende conflicten de rechten van burgers in alle omstandigheden garandeert, actief verantwoordelijkheid neemt voorzover zij daarbij is tekort geschoten en het leed dat daarbij mocht zijn aangedaan aan slachtoffers zonder oponthoud en ruiterlijk erkent.


top page