actueel
missie
organisatie
terecht
cmw penning
vernindingen
archief
contact
 

Overzicht actueel

CLARA MEIJER WICHMANN PENNING 2011 VOOR RAWAGEDE ADVOCAAT LIESBETH ZEGVELD

 

Op 15 december vorig jaar vierden de Liga voor de Rechten van de Mens en J’accuse de dag van de Rechten van de Mens. Aan Liesbeth Zegveld werd de jaarlijkse Clara Meijer Wichmannpenning uitgereikt.

Liesbeth Zegveld geniet bekendheid als de advocate die zich heeft ingezet voor de nabestaanden van de slachtoffers van de moordpartij in het Javaanse dorp Rawagede door Nederlandse militairen in 1947 in de tijd van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Op vele andere wijzen  heeft zij zich eveneens verdienstelijk gemaakt voor de mensenrechten.  .

De laudatio bij de penninguitreiking werd uitgesproken door Rudolf de Jong.  Aan de hand van zijn aantekeningen heeft hij deze rede uitgewerkt; het is dus niet de letterlijke tekst die hier volgt.

Het adres van de Liga, die nog altijd geld en nieuwe leden kan gebruiken is: Minahassastraat 1 1094 RS Amsterdam; email: lrm@xs4all.nl; tel. 020.6384567; website: www.ligarechtenvandemens.nl (hier is ook het ‘Juryrapport Clara Meijer Wichmann Penning 2011 voor prof. Liesbeth Zegveld’  te vinden);  bankrek. 181128.

 

LAUDATIO

 

Beste Liesbeth Zegveld, lieve kinderen, beste echtgenoot, ouders en verdere familie van Liesbeth, vrienden en collega’s van haar, beste allemaal,

Dit jaar is er zowel goed als slecht nieuws  over de mensenrechten te berichten. Ik begin met het goede. Dan denk ik vooral aan de Arabische lente.  Al weten we nog niet hoe die afloopt. Ik noem vijf positieve zaken.

 

Ten eerste blijkt weer eens dat de mensenrechten universeel zijn. Ze gelden overal en voor iedereen. 

Ten tweede  bleek hoe zeer die mensenrechten leven bij mensen die ervan verstoken zijn.

Het derde is de moed van de mensen die de straat opgingen en op straat bleven gaan toen er bruut geweld tegen hen werd gebruikt. 

Het vierde punt is de geweldloosheid van de overgrote meerderheid van de betogers. Dit sluit direct aan bij de opvatting van Clara Meijer-Wichmann die betoogde dat het doel in de middelen tot uiting moet komen. Dat is ook een belangrijk criterium  voor de jury van de Liga en J’accuse bij de toekenning van de penning.

Tenslotte is er het feit dat de betogers zich richtten tegen de eigen overheid, tegen de regering die mensenrechten schendt. Dat gebeurt in ons land niet of nauwelijks.  Bij schendingen van mensenrechten in Nederland denkt men hier vooral aan hetgeen mensen elkaar aandoen. Seksueel misbreuk, geweld  tegen homo’s en ja men noemt Amnesty dat zich bekommert om mensenrechten in andere landen. Dat zijn natuurlijk belangrijke zaken. De Liga en J’accuse gaat het echter minstens zo zeer om schendingen door Nederlandse overheden.

 

In regeringsverklaringen vallen mensenrechten onder buitenlandse zaken. Om schendingen elders, waarvoor Nederland zich niet verantwoordelijk voelt. Hierover lezen we dan dat de regering ‘alert is’, ‘de vinger op de pols houdt’, ‘waar mogelijk in Europees verband actie zal ondernemen’ en dat zij de voorkeur geeft aam ‘stille diplomatie’. Een zo stille diplomatie dat je zelden iets hoort over de resultaten ervan.

Het is niet zo verbazend. De economische belangen gaan in de politiek voor de mensenrechten. Welke regering we ook hebben. De journalist Joost Luyendijk schreef onlangs in De Groene: ‘Er zijn landen waar de democratie langzamerhand een systeem wordt waardoor kiezers bepalen welke politicus bepalen welke politicus mag uitvoeren wat de markten voorschrijven’. En op de markten staan de mensenrechten niet zo hoog genoteerd.

 

De zaak van de mensenrechten moet het hebben van de mensen en van hun organisaties. Wat de mensen betreft werd ik dit jaar teleurgesteld in de Nederlandse auteurs die naar een schrijversbijeenkomst in Beijing gingen. Amnesty had hen gevraagd om daar een speldje te dragen waaruit solidariteit sprak met vervolgde schrijvers in het gastland China. Meer niet. Geen één van hen die dit deed. Het hoofdargument van de schrijvers was dat zoiets geen effect zou hebben bij de Chinese autoriteiten. Maar daar ging het niet om.

Het ging om de slachtoffers, hun familieleden, hun vrienden. Juist in landen waar de regering probeert dissidenten zo veel mogelijk te isoleren van de samenleving en verkondigt dat zij alleen staan in hun protest tegen het systeem, is elke uiting van solidariteit uit het buitenland voor hen een enorme morele steun.

Treurig was ik over een ingezonden stuk van de schrijver Herman Koch in de NRC. Hij wenste zich niet voor het ‘karretje van Amnesty’ te laten spannen en hij had het over het bekende Nederlandse morele vingertje dat omhoog werd gestoken. Nu is Amnesty - evenmin als de Liga of J’accuse - een karretje. We zijn organisaties van mensen die proberen het karretje van de mensenrechten te helpen trekken. Dat is iets heel anders.

 

En dat vingertje? Ik weet niet of het U wel eens is opgevallen, maar het zijn altijd de mensen die uitroepen ‘daar is het opgeheven vingertje weer!’ die daarbij zelf hun vingertje opsteken.  Amnesty en onze organisaties  steken de vinger niet op. Wij wijzen niet omhoog. Wij wijzen aan. Heel concreet. En we zeggen erbij: ‘daar zit mijnheer zo en zo gevangen, en dat is om politieke redenen, om wat hij geschreven heeft’; ‘daar worden die en die mensenrechten geschonden’ enz.. Namen en feiten worden genoemd. Verantwoordelijke regeringen om commentaar en opheldering gevraagd.

Nu zijn we vanavond ook hier bijeen om heel concreet naar iemand te wijzen. Maar nu wel om een heel positieve reden. We wijzen naar Liesbeth Zegveld. Zij krijgt de Clara Meijer-Wichmannpenning  2011 vanwege haar positieve inzet voor de mensenrechten.

 

Een positieve benadering van de mensenrechten is geheel in de geest van Clara Meijer-Wichmann die leefde van 1885 tot 1922. Zij had veel gemeen met Liesbeth Zegveld. Zij was juriste, streefde naar humanisering van het strafrecht, zij kwam op voor de rechten van de vrouw en als antimilitarist streed zij tegen de oorlog en de gevolgen van de oorlog.

Zij was ook socialist en binnen het socialisme koos zij voor het anarchisme. Nu is er een oude anarchistische leus die luidt: ‘De vrijheid wordt niet gegeven. De vrijheid wordt genomen’.  Bij Clara Meijer-Wichmann werd deze leuze omgebogen. ‘De vrijheid moet worden opgebouwd’.  Dit opbouwen geldt ook op de mensenrechten. En gaat op voor de wijze waarop Liesbeth Zegveld strijdt voor de mensenrechten. Het gaat haar in de eerste plaats om de slachtoffers. Om hen hun mensenrechten terug te geven althans de erkenning ervan te verkrijgen.

 

Ik noem – mij baserend op het juryrapport - in de eerste plaats haar succesvolle juridische strijd voor erkenning van de rechten van de nabestaanden van Rawagede, het Javaanse dorp waar bijna de gehele manlijke bevolking vermoord werd door Nederlandse militairen. Voor de slachtoffers van Screbenica is zij eveneens in het veld getreden. Zij heeft gewerkt voor Greenpeace , voor de Sea Shepherd Foundation die strijd tegen de uitroeïng van de walvissen in het Zuidpoolgebied. Zij heeft bemoeienis gehad met het proces tegen de Nederlander die medeplichtig was aan de gasaanvallen op dorpen in Irak tijdens het bewind van Saddam Hoessein. 

Liesbeth Zegveld is hoogleraar Internationaal Humanitair Recht in Leiden, in het bijzonder betreffende de rechten van vrouwen en kinderen. Zij is betrokken bij het Committee for Compensation for War Victims van de International Law Association  is lid van de Raad van Advies van het Rights Forum dat zich inzet voor een Nederlands Midden-Oostenbeleid dat op het internationaal recht is gebaseerd.

Ik citeer uit het juryrapport: ‘Als scherpzinnig jurist (…) betreedt Liesbeth Zegveld paden waar nauwelijks een andere advocaat de moed, de inzet en volharding heeft om tegen alle weerstanden in door te gaan tot rechtsherstel en erkenning voor de slachtoffers is behaald’. En over de zaak Rawagede: ‘Zegveld hield op indrukwekkende wijze stand’.

Bij Ravagede en Screbenica gaat het om schendingen waar Nederlandse regeringen verantwoordelijkheid voor droegen en die in het buitenland bedreven zijn. Het betreft dus Nederland en de mensenrechten.

 

Tegelijkertijd gaat het daar bovenuit. Het gaat tevens om de plaats van de mensenrechten in de landen waar de misdaden gepleegd werden en om de plaats van de mensenrechten in het internationale recht, in het volkenrecht.

Nu heb ik zelf, toen ik in de jaren vijftigvan de vorige eeuw studeerde volkenrecht als keuzevak gehad. Daarbij heb ik o.a. colleges gevolgd bij professor Bernhard Röling, de latere polemoloog. Röling was na de tweede wereldoorlog rechter geweest bij het oorlogstribunaal in Tokio tegen de Japanse oorlogsmisdadigers. Hij was er zich altijd zeer van bewust geweest dat hierbij sprake was van rechtspraak van de overwinnaars. Hij had het daar moeilijk mee. Toch vond hij die rechtszaken tegen deze overwonnenen aanvaardbaar.

Omdat het een begin was geweest van nieuwe rechtsvorming. Rechtsvorming begint vaak als recht van de sterke en breidt zich dan uit naar recht voor en over iedereen. Röling voegde er echter aan toe – en ik hoor het hem nog zeggen – dat als de rechtsvorming zich niet doorzet tot een recht waaraan allen, dus ook de overwinnaars en de sterken, zich te houden hebben, dan zou dat heel bedenkelijk zijn voor de zaak van het recht en voor de gerechtigheid.

 

Nu, we hebben thans een internationaal strafhof. Maar er is nog altijd sprake van het recht van de sterkste.  Zo zijn de verantwoordelijken voor en de medeplichtigen aan de oorlogsmisdaden en de misdaden tegen de menselijkheid die begaan zijn in de oorlog in Irak, te weten grote B Bush, kleine b Blair en microbeetje Balkenende niet door een nationaal of  internationaal strafhof ter verantwoording geroepen wegens de schendingen van de mensenrechten. Dat is een bedenkelijke en treurige zaak. Overigens, wat mij betreft zou Balkenende er met een voorwaardelijke straf vanaf zijn gekomen. Maar een voorwaardelijke straf is ook een straf.

Juist vanwege het tekort in het internationale recht is de aanpak van Liesbeth Zegveld zo belangrijk. Zij gaat niet uit van straffen. Niet van de daders. Zij gaat uit – en Clara Meijer Wichmann zou daar heel gelukkig mee zijn geweest – van de slachtoffers. Geen wraak, maar erkenning van hetgeen hen is aangedaan, om gerechtigheid voor hen. En daar gaat het bij de rechten van de mens om.

De Clara Meijer Wichmannpenning is een bewijs van erkentelijkheid en dankbaarheid. Hij is ook als aanmoediging bedoeld. In de persoon die hem krijgt betrekken wij ook graag alle organisaties en alle mensen die haar of hem hebben geholpen en bijgestaan.

Liesbeth Zegveld heeft, mede dankzij deze steun, grote successen geboekt in haar strijd. Daar zijn wij heel gelukkig mee. Maar de Clara Meijer Wichmannpenning krijgt zij voor haar inzet, haar moed en volharding in de strijd om gerechtigheid. Heel hartelijk gefeliciteerd daarmee.

 

 


top page