actueel
organisatie
terecht
cmw penning
vernindingen
archief
contact
cover
nummer70

nummer 73
nummer 72
nummer 71
nummer 70


introductie

REDACTIONEEL

Van 12 tot 21 november was op de Nederlandse televisie en radio 'de week van het geheim geweld' te zien. Tijdens deze thematische week kwam het onderwerp kindermishandeling in allerlei programma's aan bod. De themaweek was een initiatief van de Reflectie en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling (RAAK). Geweld tegen kinderen speelt zich af binnen de muren van het huis, onzichtbaar voor de buitenwereld. Met de brede media-aandacht wilden de programmamakers het schrijnende probleem openbaar maken. Of die programmamakers zelf het idee hebben dat ze in hun opzet zijn geslaagd, weet ik niet. Maar de zogenoemde spin-off liegt er niet om. In de politiek kan men niet langer om het onderwerp kindermishandeling heen. Minister Donner stelde dan ook onlangs voor een verbod op het slaan van een kind op te nemen in het wetboek dat relaties van burgers onderling regelt: het Burgerlijk Wetboek. Met dit wetsvoorstel - hét hete hangijzer van kinderrechten actiegroepen - zet de minister een eerste stap naar een gemeenschapsverantwoordelijkheid voor het opvoeden van kinderen.
Hoewel de themaweek een succes genoemd kan worden, was niet iedereen er over te spreken. Tv-criticus Hans Beerekamp, verzuchtte in NRC Handelsblad dat hij genoeg had van thematische programmering. Waarom moeten al die 'zachte' onderwerpen op tv, wilde hij weten. Nederland 3 zou de vrijhaven moeten zijn van het verstand van de Nederlandse televisie. Beerekamp wil 'alerte en intelligente programma's over wat er buitenshuis gebeurt, zeker in deze tijden.' De NRC journalist vindt het conflict in het Midden Oosten belangrijker. Maar is kindermishandeling een zacht onderwerp? 50 kinderen per jaar overlijden in Nederland aan de gevolgen van mishandeling. Dat komt neer op ongeveer een kind per week.
Het systeem van het internationale recht heeft eenzelfde ongemakkelijke verhouding als Beerekamp met private vormen van geweld zoals geweld tegen vrouwen en kinderen. Het internationale recht is het recht van staten en het regelt buitenhuizige onderwerpen als grensconflicten, oorlogsrecht en zeerecht. Het in1948 geïntroduceerde stelsel van mensenrechtenverdragen compliceerde het systeem van het statenrecht enigszins. Opeens waren individuen subjecten van rechten. De staat was het subject dat die rechten moest implementeren en garanderen. De burger kon zich beroepen op fundamentele rechten van een ieder waar ook ter wereld. Het VN vrouwenrechten verdrag uit 1979 en het VN verdrag voor de rechten van het kind uit 1989 leidden verdere complicaties. Op basis van artikel 19 van het kinderrechtenverdrag is de staat gehouden elke vorm van kindermishandeling tegen te gaan. Het betreft hier geen directe verplichting van de staat ten opzichte van het individu, maar een verplichting van de staat te garanderen dat individuen ten opzichte van elkaar geen mensenrechtenschendingen plegen. Hieruit vloeit voort staatsaansprakelijkheid voor schendingen van mensenrechten die in de privé-sfeer gebeuren. Dit is een moeizame internationaal juridische verhouding. Het privé-domein was lange tijd een blinde vlek in het mensenrechtendiscours. Maar die staatsaansprakelijkheid voor schendingen in de privé-sfeer is wel een noodzakelijke verhouding van de staat en de burger. In de strijd voor bescherming van mensenrechten en tegen onrechtmatig optreden van de overheid kunnen we ons natuurlijk wel beperken tot 'Belangrijke Zaken' die buitenshuis gebeuren. We kunnen anno 2004 mensenrechten blijven definiëren zoals ze ooit in 1789 ten tijde van de Franse revolutie werden beschouwd, als de Droits de l'Homme, de rechten van de man, lees: de politieke- en burgerrechten van de man tegenover de staat. Maar als we dat doen zijn we niet alleen hopeloos ouderwets, we stemmen dan ook passief in met het voortbestaan van een nationale ramp: 80.000 kinderen per jaar die worden mishandeld en 50 daarvan sterven aan de gevolgen van de mishandeling. Het is na7iuml;ef en soft te denken dat de staat en de gemeenschap daar geen verantwoordelijkheid voor hebben.

Ruth Hopkins

top page