actueel
organisatie
terecht
cmw penning
vernindingen
archief
contact
cover
nummer70

nummer 73
nummer 72
nummer 71
nummer 70


introductie

Gemeenschapsverantwoordelijkheid voor opvoeding van kinderen
'Ook goedwillende ouders kunnen kinderen beschadigen'

Nederland telt ongeveer 80.000 mishandelde kinderen per jaar. 50 kinderen overlijden aan de gevolgen van die mishandeling. Volgens psychiater Andries van Dantzig opereert de uitgebreide kinder- en jeugdzorg te bureaucratisch om hier werkelijk iets aan te doen. 'Dat moet veranderen,' zegt hij resoluut. Van Dantzig (84) geniet landelijke bekendheid als psychiater. Die faam verwierf hij door onvermoeibaar te pleiten voor erkenning van de geestelijke gezondheidszorg op gelijke voet met de somatische zorg. Jarenlang was hij directeur van het Instituut voor Multidisciplinaire Psychiatrie (IMP) en hoofd van de psychiatrische polikliniek van het AMC. Daarnaast heeft hij een praktijk aan huis. Van Dantzig zette zijn ongenoegen met de aanpak van kindermishandeling om in daden. In 2000 richtte hij met anderen RAAK op, wat staat voor Reflectie en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling. 'Ongeveer een derde deel van de Nederlandse bevolking heeft psychische problemen die we kunnen voorkomen als we beter op de geestelijke gesteldheid van kinderen letten.' Zijn uitspraken zijn uitgesproken en prikkelend. Zo beoordeelde hij de jeugdhulpverlening in een artikel in NRC Handelsblad naar aanleiding van de dood van het peutertje Savanna als 'middeleeuws'. Hij pleit voor opvoedingsondersteuning voor ouders. 'We hebben een diploma nodig om auto te rijden, maar niemand verwacht van ouders dat zij over bepaalde opvoedvaardigheden beschikken.' Voor zijn strijd tegen kindermishandeling als een van de belangrijkste oorzaken van psychisch leed, krijgt hij op 10 december de Clara Meijer Wichmann penning uitgereikt door de organisaties de Liga voor de Rechten van de Mens en J'accuse.

U bent als psychiater voornamelijk betrokken geweest bij de behandeling van volwassenen. Waarom zet u zich in voor de strijd tegen kindermishandeling in Nederland?
'Ik vind het een onderdeel van mijn vak. In mijn praktijk kreeg ik te maken met mensen die narigheid hadden meegemaakt in hun jeugd. Ze vertelden over hun moeder die erg driftig kon worden. 'Nou dan nam je dekking,' vertelden ze dan. Of een vader waar ze bang voor waren, want hij sloeg ze. Ik heb als psychiater niet te maken gehad met zware gevallen. Daarmee bedoel ik mensen die littekens hebben van uitgedrukte sigarettenpeuken of die gebroken botten hebben. Dan is het zeer ernstige mishandeling. Ik praat ook liever over kinderbeschadiging, waarvan kindermishandeling een extreem is. Kinderen kunnen beschadigd worden, ook door goedwillende ouders. Bijvoorbeeld een kind dat nooit werd getroost. Later wordt dat een afgesloten, onbereikbaar mens. De ouders doen niet echt iets fout, ze weten alleen niet wat de basale behoeften van het kind zijn.'

Is het voortbestaan van kindermishandeling in Nederland een direct gevolg van de tekortschietende geestelijke gezondheidzorg?
'De geestelijke gezondheidszorg is achtergesteld. Ik vond en vind het mijn plicht daar aandacht voor te vragen. Ik behandelde cliënten die pas bij mij kwamen na jaren last te hebben gehad van psychische klachten. Vaak worstelt men met een psychisch jeugdtrauma ten gevolge van mishandeling. Als het een lichamelijke kwaal was geweest, dan was er al lang ingegrepen. Kinderen worden in hun persoonlijkheidsontwikkeling lang niet zo zorgvuldig gevolgd als in hun lichamelijke ontwikkeling. Met mijn waarschuwingen over de geestelijke gezondheidszorg, kreeg ik weinig steun van mijn collega's. Men vond me maar een zonderling, een roepende in de woestijn. Dus nu zeg ik dat kindermishandeling blijft bestaan als we er geen aandacht aan besteden. Dan luistert men wel. Alle deuren gaan open.'

U bepleit opvoedingsondersteuning of opvoedlessen voor ouders. Maar staat een dergelijke maatregel niet haaks op het recht op de persoonlijke levenssfeer van het gezin, het recht op privacy?
'In het Burgerlijk Wetboek staat een artikel opgenomen waarin staat dat ouders het recht hebben hun kind op te voeden. Maar uit het artikel blijkt ook dat die ouders de plicht hebben hun kind goed op te voeden. De gemeenschap vertrouwt als vanzelfsprekend het kind aan de ouders toe, zonder zich ervan te vergewissen of de ouders ook zorgen voor een behoorlijke opvoeding. Kinderen behoren toe aan hun ouders volgens een besluit van de gemeenschap, de wet. Ik pleit ervoor dat de gemeenschap meer verantwoordelijkheid neemt voor de gevolgen van dat besluit. Het gezin is een uitstekende plaats om een kind op te voeden, maar er rust een te zware last op de schouders van het gezin. Opvoeden vindt iedereen moeilijk. Ik vind daarom dat er een algemeen aanbod zou moeten zijn van opvoedingsondersteuning. In het bestaande systeem wordt pas ingegrepen in het gezin in extreme gevallen. Pas als het helemaal fout gaat, worden kinderen bijvoorbeeld uit huis geplaatst. Maar dat kan anders. Neem bijvoorbeeld de leerplichtwet. Er zijn scholen waar ouders hun kinderen naartoe moeten sturen. Over het algemeen doen ouders dat graag. De leerplicht komt pas aan de orde als de ouders zich aan die plicht onttrekken door hun kind niet naar school te sturen. Zo zou de aanpak van kindermishandeling ook moeten zijn. De meeste ouders vinden het heel plezierig om te merken dat ze niet alleen staan in het opvoeden van hun kinderen. Ouders die zich aan die opvoedingsplicht onttrekken, daar moeten we op letten.'

Is dit het begin van 'staatsopvoeding'?
'Zoals u het nu stelt, lijkt het net alsof dit iets nieuws en een enge ontwikkeling is. Maar tot voor kort bemoeide de gemeenschap zich met alle kinderen vanaf hun doop. We hadden vroeger een religieuze gemeenschap waarin de dominee en de pastoor thuis kwamen om te vertellen hoe de kinderen moesten bidden. Kinderen gingen naar catechisatie, dat is een intense vorm van inmenging in het geloofsleven. Dat was tot voor kort heel gewoon en bovendien was die inmenging zeer welkom. Men heeft zich daaraan onttrokken door de secularisatie en door het wegvallen van hiŽrarchie in de samenleving. Ik denk dat ouders het fijn vinden als ze geholpen worden bij het op de juiste manier grootbrengen van de kinderen. Toch is er mijns inziens een fundamenteler probleem. Na het wegvallen van de hiërarchische structuur, van de zuilen, er is niks voor in de plaats gekomen. De democratie heeft geen ideologie waarin opvoeden centraal staat. Kinderen leren ook geen omgangsvormen meer zoals vroeger. Toen het hele publiek zei: kan je niet je rechter handje geven en met twee woorden spreken? Dat is allemaal weggevallen en dat is echt een lacune. Ik vind dat er nagedacht moet worden over een basis opvoedschema voor alle kinderen in een democratie. Dat ze opgeleid worden tot democratisch burger. De democratie is een ingewikkelde ideologie. Maar hoe wij ons moeten gedragen om die democratie stabiel te maken, daarover is niks bekend. Voor katholieken was het wel bekend. Om de katholieke gemeenschap in stand te houden moest je je op een bepaalde manier gedragen. Om nationaal socialist te zijn moest je in de Hitlerjugend. Maar om aan een democratische gemeenschap deel te nemen, hoef je helemaal niks te weten. Vandaar dat er ook zoveel verschillende opvattingen heersen bij mensen. We leven een beetje langs elkaar heen. Terwijl er basisregels zijn. Respect. Respecteer andermans bewegingsvrijheid. Hoe gaan we om met de publieke ruimte. Dit zou onderdeel moeten zijn van het basisonderwijs.'

U heeft in een eerder interview gesteld dat daders van kindermishandeling niet per definitie slechte mensen zijn. Kunt u dat toelichten?
'Je moet een onderscheid maken tussen het veroordelen van de daad en het veroordelen van de dader. Op het moment dat je getuige bent van een moeder die haar kind een klap geeft, dan veroordeel je de daad. Maar op dat moment weet je te weinig om de dader te veroordelen. Want als je met haar zou gaan praten, dan zou je eerste reactie: 'wat een rotwijf', misschien wel veranderen in 'wat een stakker'. In de geneeskunde zijn morele oordelen alleen maar lastig. Het is niet interessant of iets goed of slecht is. De geneeskunde gaat over of het wenselijk is of niet wenselijk, of er geleden wordt of niet geleden wordt. Zoals de geneeskunde ook geen weet heeft over vies of niet vies. Het is zoals het is. We moeten begrijpen wat mensen die mishandelen beweegt om dat te doen. Dan vind je heel verschillende redenen. Je komt alleenstaande moeders tegen met een baan, twee kinderen een huilbaby en een tekort aan slaap. Of ouders die ontsporen door de drank. Ze slaan het kind en daar krijgen ze de volgende dag spijt van. Ouders nemen zich voor dat hun kind niet het rotleven zullen hebben zoals dat van hun. Als je kind toch ongelukkig is, dan misluk je totaal als ouder. In je wanhoop sla je het kind omdat hij je verwachtingen torpedeert. Honderd verklaringen. Maar het wordt pas interessant als je 'slecht' als categorie er uitbant en naar het verschijnsel gaat kijken om het te begrijpen.'

Maar moeten we niet ingrijpen als we zien dat een kind wordt geslagen, in plaats van ons te verplaatsen in de rotjeugd van de dader?
'Dat er iets moet gebeuren, daar zijn we het volledig over eens. Het kind moet aan de mishandeling worden onttrokken. Maar wil je begrijpen waarom de mishandeling plaatsvindt en mishandeling voorkomen, dan moet je de motieven van de dader kennen. Pas dan kun je er wat aan doen. Onder mishandelende ouders vind je meer mensen die als kind mishandeld zijn dan onder de gemiddelde bevolking. Diegenen die mishandelen groeiden als kind vaak op in een geweldscultuur. Ze hadden ouders die hun driften niet in bedwang hebben. Dat dragen ze weer over op hun kind. Transgenerationele overdracht heet dat.'

Wat is er vernieuwend aan de RAAK-Regio's die, mede dankzij u, zijn opgericht in vier regio's in Nederland?
'Met de projectcoördinatoren van RAAK, Myra ter Meulen en Jo Hermanns, ben ik in 2003 naar staatssecretaris Ross-van Dorp gestapt. We hebben tegen haar gezegd: mevrouw, u heeft 5000 projecten voor kinderen en wij willen niet het 5000 en eerste project worden. Wij willen de zaak andersom stellen. U heeft een probleem; u geeft geld uit aan een slecht functionerende zorg. Wij menen een methode ontwikkeld te hebben die dat kan verbeteren. Maar we zijn er dus om u te helpen een probleem op te lossen. Dat betekent dat u de belemmeringen voor de uitvoering van dit project uit de weg ruimt. Daarnaast committeert u zich om aan het einde van de rit de aanbevelingen die u overneemt ook in te voeren in het hele land. Daar heeft ze ja op gezegd. Wij constateren dat heel veel kinderen niet bekend zijn bij de jeugdhulpverlening. Of er wordt niet naar dat aspect van hun leven gevraagd. Maar die instellingen zijn er juist voor hulpverlening aan de jeugd, dus dan moet de overheid ervoor zorgen dat ze die hulp kunnen bieden. In de proefregio's wordt gekeken wat de instellingen nu kunnen doen en wat ze niet kunnen doen. Aan de mensen op de werkvloer wordt gevraagd wat de belemmeringen zijn. We willen in de drie jaar dat het project duurt met de bestaande middelen en regels zoveel mogelijk verbeteren. Aan het eind berichten we wat nog niet mogelijk is en wat er nog verbeterd moet worden. Een van de leuke aspecten van het project is dat dit eigenlijk een soort marktwerking in de zorg is, want het beleid wordt getoetst op het effect bij de cliënt. Dat is het vernieuwende: niemand in de collectieve zorg heeft dit ooit gedaan. Niemand is op de werkvloer gaan kijken wat de belemmeringen zijn die mensen ondervinden bij het efficiënt werken.'

Wat vindt u dat er nog moet worden verbeterd in de toekomst? Zijn we er met de proefregio's? Of bent u voorstander van een nationaal actieplan ter bestrijding van kindermishandeling?
'Ik voel meer voor die proefregio's en de structurele voorstellen die daaruit voortvloeien. Als alle ouders weten dat er reŽle opvoedingshulp is, dan ontstaat er een andere manier van samenwerken tussen kind ouders en gemeenschap. Maar we hebben het dan wel over een cultuurverandering. Het grijpt diep in.'

Ruth Hopkins



Jo Hermanns,
bestuurslid van RAAK en hoogleraar Opvoedkunde aan de Universiteit van Amsterdam en projectcoördinator RAAK-Regio's:
'De grote kracht van Dries is dat hij overzicht heeft over en inzicht in maatschappelijke processen. Hij doorziet ontwikkelingen in de samenleving en legt dwarsverbanden. Daarnaast geeft hij nooit op. Dries is een sociaal-democraat. Vanuit die overtuiging heeft hij een groot vertrouwen - vind ik - in wat de overheid kan bewerkstelligen. Hij gelooft in de politiek en is begripvol voor de mensen die er zitten, ongeacht hun politieke kleur. Als eenmanslegertje heeft hij meer bereikt in de strijd tegen kindermishandeling dan allerlei lobbygroepen die de politiek bespelen. Hij weet zijn strijd te winnen, dat is bewonderenswaardig. Toen ik voor het eerst met hem samenwerkte, was ik vereerd te werken met iemand met zijn staat van dienst. Sinds dat begin blijft hij me verbazen. De mensen waar hij mee werkt, neemt hij op sleeptouw, hij heeft altijd nieuwe plannen en ideeën. Vaak zijn dat ook nog goede idee&eum;n. Ik vind - maar dit is psychologie van de koude grond - dat Dries in de werksfeer een soort vaderrol vervult. Hij is sturend en leidinggevend. Maar ook zorgzaam.'

Leo de Nobel,
oud-directeur Nederlands Psychoanalytisch Instituut:
'Praten met Dries als vakgenoot is altijd een bijzonder genoegen maar nooit vrijblijvend. Wat ook het thema is, vroeg of laat krijg je het gevoel dat je op z'n minst medeverantwoordelijk bent voor de missstanden op het betreffende gebied. Zo wil hij het ook, daarvan ben ik eigenlijk overtuigd. Want het ongemakkelijke gevoel dat hij - quasi-achteloos en uiterst vriendelijk - in je professionele ziel legt leidt er meestal toe dat je doet wat hij nodig vindt. Met deze charme-strategie heeft Dries zonder twijfel veel collega's verleid tot de door hem gewenste actie, en daarmee het lot van een groot aantal lijdende mensen verbeterd.'

Jan Willems,
hoogleraar kinderrechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Universitair docent internationaal recht aan de Universiteit van Maastricht en één van de oprichters van RAAK
'Andries van Dantzig komt als psychiater met veel menselijk lijden in aanraking. Hij is in opstand gekomen tegen het wegstoppen van vermijdbaar psychisch lijden. Kindermishandeling is daar een pregnant voorbeeld van. De manier waarop hij kindermishandeling aan de orde stelt is zeer wetenschappelijk. Als je naar zijn lezingen luistert, kan je alleen maar concluderen: 'Ja, zo zit het.' Maar hij is ook fel in zijn uitspraken. Naar aanleiding van een onderzoek naar incestslachtoffers schreef hij in een artikel dat 'kinderen worden overgeleverd aan de marteling als zij 's middags van de dagopvang weer naar huis worden gebracht.' Van Dantzig is een wijze man en een slimme schaker. Hij kreeg een entree bij de staatssecretaris van Volksgezondheid en kreeg haar zover de RAAK plannen aan te nemen. De jeugdhulpverlening grijpt vaak pas achteraf in en alleen als het kind aantoonbaar ernstig lijdt. Vanuit een mensenrechtenperspectief is dat een gruwelijke constructie. Ik zie de RAAK-Regio's dan ook als een eerste stap naar de invoering van medeverantwoordelijkheid van de gemeenschap voor opvoeding.'



WAT IS RAAK?
In 1998 stelde kinderrechtenspecialist Jan Willems in zijn proefschrift 'Wie zal de opvoeders opvoeden?' kindermishandeling in Nederland aan de orde. Hij schatte dat er in Nederland minimaal 80.000 kinderen werden mishandeld, waarvan er 50 overleden aan de gevolgen van de mishandeling. Dit strookte niet met het door Nederland geratificeerde VN verdrag van de rechten van het kind. Op een studiedag naar aanleiding van het proefschrift in 1999 vroeg van Dantzig waarom er zo weinig aan kindermishandeling wordt gedaan op politiek en maatschappelijk niveau. Van Dantzig dacht het antwoord te vinden in het ontbreken van buitenparlementaire actiegroepen, zoals bij de vrouwen- en homobeweging. Van Dantzig nam in 2000 het initiatief tot de oprichting van RAAK; de Reflectie en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling, met bestuursleden Jan Willems, Carla Tromp, Thomas Heyman, Stan Meuwese en Frits Pijtak.
RAAK heeft 10 stellingen om tot de uitbanning van kindermishandeling in Nederland te komen:
1. Geweld tegen kinderen is ontoelaatbaar.
2. Kindermishandeling verplicht melden.
3. Aanpak kindermishandeling gaat boven privacy van de ouders.
4. Steun bij opvoeding voor elke ouder.
5. Maatregelen bij bedreigde ontwikkeling.
6. Werken met kinderen als beroep: beter opleiden en beter betalen.
7. Op school: het kind is persoon, burger en leerling.
8. De rechten van het kind in de grondwet.
9. Het kind heeft recht op eigen verantwoordelijkheden.
10. Aparte minister voor jeugdbeleid vereist.

RAAK-Regio's RAAK overlegde in 2002 en 2003 met het ministerie van VWS over de ineffectieve aanpak van kindermishandeling en hoe die te bestrijden. Zij komen met het plan regio's in te stellen waarbij vanaf de werkvloer onderzocht wordt wat de belemmeringen zijn en hoe deze kunnen worden opgelost. RAAK krijgt toestemming van het ministerie vier regio's aan te wijzen waar aangevangen kan worden met het project. De Westelijke Mijnstreek, Zaanstreek/Waterland, Amsterdam Noord en Flevoland worden RAAK-Regio's. Over twee jaar wordt bekeken wat de resultaten zijn en of deze regio's als voorbeeld kunnen dienen voor de overige regio's in het land. De RAAK-Regio's beogen de hulpverlening te stroomlijnen, te verbeteren en aan te vullen om een effectieve aanpak van kindermishandeling mogelijk te maken. Preventieactiviteiten krijgen veel aandacht, alsook vroegtijdige interventie wanneer de eerste tekenen van kindermishandeling zijn gesignaleerd. Zie ook www.stopkindermishandeling.nl

top page