actueel
organisatie
terecht
cmw penning
vernindingen
archief
contact
cover
nummer70

nummer 73
nummer 72
nummer 71
nummer 70


introductie

Van pioniersrol tot voorbeeldfunctie
De centrale plek vanaf het eerste moment van zwangerschap

Amsterdam-Noord is vanaf 2003 één van de vier RAAK-Regio's. RAAK ontwikkelt een methode om zo goed mogelijk op (dreigende) kindermishandeling te reageren.Binnen het stadsdeel werken alle instellingen die te maken hebben met ouders en kinderen samen bij de aanpak van kindermishandeling. Het doel is mishandeling te voorkomen door snel in actie te komen en ouders te helpen met de opvoeding.

Burgemeester Cohen van Amsterdam opende in maart 2003 de eerste twee Ouder en Kind centra in stadsdeel Amsterdam-Noord. Hiermee vervulde Amsterdam een pioniersrol in een nieuwe koers voor jeugdgezondheidszorg. 'De consultatiebureaus zijn omgevormd tot een Ouder en Kind centrum (OKC), waarin ook de verloskundige en kraamzorg zijn ondergebracht. De samenwerking van de instanties binnen de OKC's zijn van groot belang om vroegtijdig kindermishandeling te signalering,' zegt Jocelyn Didde, coördinator van de Ouder en Kind Centrum (OKC) in Amsterdam Noord.
De OKC maken geen onderdeel uit van het RAAK-project, maar werken er wel in de regio Amsterdam Noord samen..' Het RAAK-pilot in Amsterdam-Noord lift voor een groot deel mee op de bevindingen van het OKC-project. Jocelyn Didde: 'Wij dachten dat het de moeite waard was om de verschillende instellingen die met moeder en kind werken in een georganiseerd te laten samenwerken. Met een doorlopend dossier die de kinderen vanaf negen maanden tot hun negentiende jaar weten alle instanties waar het kind komt over zijn geschiedenis en verleden en hoeft dat niet steeds opnieuw aangeleverd te worden.'
Didde: 'Naast het ontwikkelen van een overdrachtsformulier, proberen we ook de aanpak de deskundigheid te vergroten van de mensen die dagelijks met kinderen werken. Voor het ontwikkelen van een aanpak om vroegtijdig kindermishandeling op te sporen hebben we drie jaar te tijd gekregen. Voor 2006 moet een sluitend netwerk zijn gerealiseerd met signalering, doorverwijzing en hulpverlening met medewerking van alle betrokken organisaties.'

Pioniersrol
Dit jaar ondertekende stadsdeel Zuidoost een intentieverklaring voor een OKC. In 2006 moeten alle veertien Amsterdamse stadsdelen zo'n centrum hebben. Dit doel is vastgelegd in het Bestuursakkoord voor de periode 2002-2006 van de stad Amsterdam. Het Bestuursakkoord benadrukt dat een vroege signalering, bij voorkeur vanaf het begin van de zwangerschap, moet aansluiten op de vervolgzorg van onder meer het consultatiebureau of opvoedingsondersteuning. Met het akkoord onderstreept de stad Amsterdam het belang van een goede gezondheidszorg voor alle in Amsterdam wonende kinderen.

Centraal aanspreekpunt
'Wat een druktemakertje,' lacht Wendelien Roepke, de verloskundige tegen de aanstaande moeder. Op de echosound hoort ze het regelmatig kloppen van het hartje afgewisseld met een zoemend geluid, iedere keer als de foetus beweegt. Op de bank ligt de aanstaande moeder voor het eerst te luisteren naar het hartje en alle bewegingen. De verloskundigepraktijk op de beneden verdieping in 'Gezondheidscentrum Bannedok' is onderdeel van het Ouder en Kind Centrum in de wijk Banne. Alle instellingen die te maken hebben met de ontwikkeling van het kind zitten bij elkaar onder één dak. Vanaf vorig jaar kunnen aanstaande en jonge ouders uit Amsterdam-Noord hier terecht. Het centrum is een centraal aanspreekpunt vanaf de eerste momenten van de zwangerschap tot het vierde levensjaar van het kind voor al hun vragen over de gezondheid, opvoeding en ontwikkeling.
De wand in de wachtruimte van de verloskundigepraktijk hangt vol met geboortekaartjes met Nederlandse en buitenlandse namen, ook Arabische. Aanstaande moeders en vaders kunnen in rekken verschillende informatiefolders lezen.

Beter overleg
Op de tweede verdieping van het gezondheidscentrum, boven de verloskundige praktijk zit het consultatiebureau. Het is geen toeval dat de instanties bij elkaar in het gezondheidscentrum zitten. 'Vanaf de werkvloer wordt de hulpverlening gestroomlijnd. Al het goede behouden we en de punten wat verbeterd kunnen worden, pakken we aan. De hulpverleners kunnen vroegtijdig ingrijpen als er problemen zijn en professionele hulp nodig is,' zegt Didde. 'En dat begint al bij de verloskundige. Zij kan signalen opvangen tijdens de consulten dat het misschien niet goed gaat wanneer het kind in het gezin komt. De verschillende betrokken hulpverleners die dagelijks met ouder en kinderen werken zien elkaar bijna dagelijks. De medewerkers weten hierdoor hoe de ander werkt en ze weten hoe en wanneer ze elkaar het beste kunnen bereiken. Wanneer ze kindermishandeling signaleren, leren ze bovendien hoe ze hierop het beste kunnen reageren. Ze kunnen snel overleggen, zodat de zorgtaken voor een cliënt op elkaar worden afgestemd. Er wordt geen dubbelwerk gedaan en zaken worden niet vergeten. Dat bespaart een hoop tijd.'

Aandacht voor ouders
Verloskundige Roepke: 'Het traject van het ouder en kindcentrum voor veel ouders begint pas bij het consultatiebureau. Totdat de baby geboren is, informeren wij alleen over wat het voor de moeder kan betekenen. Na de bevalling komt een kraamzorg van het Ouder en Kind Centrum bij de mensen thuis. Vanaf de eerste consult houdt de verloskundige een formulier bij met alle gegevens over moeder en kind. Zoals erfelijke ziektes en afwijkingen. Dit formulier met alle gegevens neemt de moeder mee naar de kraamzorg en het consultatiebureau.'
In de wachtkamer van het consultatiebureau kleedt een moeder haar baby uit om te wegen en te meten. In het eerste levensjaar komen baby's gemiddeld tien keer op consult voor een onderzoekje. Vanaf het eerste moment worden alle ontwikkelingen van het kindje in een dossier bijgehouden. Voor ieder consult meten en wegen de ouders hun kind.
Eeen consultatieverpleegkundige houdt een peuter in de gaten. Alles wat het kind doet en zegt komt in haar dossier. De ouders krijgen de tijd om vragen te stellen over de ontwikkeling van hun kind. Tegen de wand staat een rek vol folders die de ouders standaard meekrijgen op iedere belangrijke leeftijd van het kind. 'Kinderen gaan vanaf een bepaalde leeftijd angsten ontwikkelen en als ze ongeveer drie zijn geloven ze alles wat hun ouders zeggen. Ga niet bevestigen dat iets eng is, als het niet zo is en maak het kind zeker niet bang met verzonnen dingen,' waarschuwt de verpleegkundige. 'Ze kan er nog lang last van blijven houden.'

Vroegtijdige signalering
Om kindermishandeling te voorkomen, stimuleert het consultatiebureau de hechting tussen moeder en kind. Ze attenderen de moeders op de verschillende inloopmiddagen en -ochtenden en de verschillende cursussen in het naast gelegen wijkcentrum 'de Rietvincker' Hier wordt naast babymassage ook opvoedcursussen voor de ouders gegeven. Daarnaast verwijzen artsen van het consultatiebureau sommige kinderen door naar het project 'Spel aan Huis'. Coördinatrice Elselotte Hordijk: 'Kinderen uit gezinnen in de Vogelbuurt, IJpleinbuurt, Bloembuurt en Van der Pekbuurt leren thuis nieuwe spelmogelijkheden kennen. Ook de moeders worden bij het spelen betrokken, zodat zij op andere dagen met hun kind kunnen spelen. Dit om een betere hechting tussen moeder en kind te bevorderen en mishandeling te voorkomen. Het project maakt geen deel uit van RAAK, maar helpt wel mee aan de (vroegtijdige) opsporing van kindermishandeling. De begeleiders komen iedere week bij het gezin over de vloer en worden vaak langzaam in vertrouwen genomen of signaleren problemen binnen het gezin. Bij het signaleren van kindermishandeling verwijzen ze door naar Bureau Jeugdzorg.
Het stadsdeel Amsterdam Noord geeft subsidie aan het project. Gezinnen kunnen gratis deelnemen. Vaak worden de gezinnen aangemeld door het consultatiebureau, moedercentrum, logopedie of scholen. In enkele gevallen hebben de moeders zichzelf vrijwillig aangemeld. Het is gericht op kinderen in de voorschoolse leeftijd van 1 tot 4 jaar.'

Spelenderwijs
In de wijkpost van Spel aan Huis in de Van der Pekstraat staan drie kasten vol speelgoed, puzzels, spellen en een klein servies. Op enkele planken langs het raam staan leesboekjes. Afhankelijk van de leeftijd van het kind verzamelt de Spel aan Huis-begeleidster verschillende dingen in een grote strandtas. De gezinnen wonen op loopafstand van het wijkcentrum. De begeleidster komt een aantal maanden op een vaste dag in de week op een vast tijdstip bij de kinderen en moeder op bezoek. Iedere week neemt ze ander speelgoed mee en soms laat ze wel eens wat achter. Tijdens de twee uurtjes leert het kind met speelgoed te spelen en weer op te ruimen. Kinderden met een lichte taalachterstand leren tijdens de speeluurtjes de Nederlandse taal meer machtig te worden.

top page