actueel
organisatie
terecht
cmw penning
vernindingen
archief
contact
cover
nummer70

nummer 73
nummer 72
nummer 71
nummer 70


introductie

De nieuwe wet op de jeugdzorg, kans of obstakel

De nieuwe wet op de jeugdzorg (WJZ) treedt op 1 januari 2005 in werking. De jeugdzorg, zoals die is vastgelegd in de wet is de kern van de aanpak van kindermishandeling van de Nederlandse overheid. De artikelen over kindermishandeling zijn over het algemeen ongewijzigd overgenomen uit de Wet op de Jeugdhulpverlening, die in 2002 is aangepast met het oog op de wettelijke status van de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK). De AMK's zijn in de plaats gekomen van de Bureau's Vertrouwenartsen inzake Kindermishandeling die vanaf 1972 in Nederland zijn opgericht.
Stan Meuwese, directeur van de kinderrechtenorganisatie Defence for Children International zet puntsgewijs uiteen wat de voor- en nadelen van de nieuwe wet zijn.


Jeugdzorg: verwijzing en aanbod
De wet op jeugdzorg maakt een onderscheid tussen zorgverwijzing en zorgaanbod. Centraal staat het Bureau Jeugdzorg (BJZ). Elke provincie of 'grote stad' krijgt een Bureau Jeugdzorg voor de centrale intake en verwijzing. Dat bureau verwijst naar vormen van jeugdzorg als internaten, pleegzorg, of naar geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenvoorzieningen, maar ook naar gesloten jeugdinrichtingen. Het BJZ is ook de schakel naar de Raad voor de Kinderbescherming. Het BJZ houdt zich bezig met scala van activiteiten: voogdij, gezinsvoogdij, jeugdreclassering, kindertelefoon en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling.

Definitie kindermishandeling
Artikel 1 sub m van de wet op je jeugdzorg geeft de volgende definitie van kindermishandeling: elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die ouders of andere personen tot wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.
De definitie bevat de volgende elementen:
- het slachtoffer is minderjarige (onder 18 jaar)
- de dader is in een opvoedingsrelatie met de minderjarige
- mishandelen slaat op het uitvoeren of ermee bedreigen
- mishandelen is een doen of een nalaten
- mishandelen kan ook fysiek, psychisch of seksueel zijn
- het letsel kan dreigend of feitelijk zijn - of het letsel is fysiek of psychisch.
Dit is een tamelijk ruime definitie van kindermishandeling. Dat is de kracht en de zwakte. Het biedt ruimte om te reageren op een scala van vormen van misbruik en verwaarlozing. Het risico is echter dat allerlei problemen waar kinderen en jongeren mee te maken hebben als kindermishandeling worden opgevat.

AMK
De Advies- en Meldpunt Kindermis-handeling (AMK's) zijn onderdeel van de Bureaus Jeugdzorg, zoals blijkt uit artikel 10 lid1 sub h. WJZ. Volgens artikel 11 WJZ heeft een AMK de volgende taken: - het onderzoeken van een melding van (een vermoeden van) van kinderhandeling;
- het beoordelen van de stappen die ondernomen moeten worden;
- het overdragen van een casus aan collega's binnen Bureau Jeugdzorg;
- het melden bij justitie indien aanleiding daartoe bestaat;
- het informeren aan de melder over de ondernomen actie;
- het adviseren van anderen over stappen die zij zelf kunnen zetten.
In het uitvoeringsbesluit dat bij de jeugdzorgwet hoort worden nog nadere aanwijzingen gegeven, met name over de organisatie van het AMK. Deze uitvoeringsregels geven het volgende beeld. Een AMK moet naar buiten toe herkenbaar en toegankelijk zijn. Ieder AMK moet aangesloten zijn bij het landelijk telefoonnummer 0900-1231230 (5 ct/min). Een AMK-medewerker mag geen andere taken binnen het BJZ vervullen (er moet binnen het BJZ een 'Chinese muur' rond het AMK worden opgetrokken). Op ieder AMK moet tenminste één arts werkzaam zijn. Iedereen die betrokken is bij een melding, een advies of een onderzoek moet geïnformeerd worden over de werkwijze en positie van het AMK. 5 dagen na een melding moet besloten worden of de melding in behandeling wordt genomen en hoe. Na uiterlijk 13 weken besluit een AMK wat er verder gaat gebeuren. Het AMK moet een uitgewerkt registratiesysteem bijhouden.

Geen specifieke behandeling bij kindermishandeling
Kindermishandeling is volgens de WJZ alleen een specifiek probleem waar het de 'ingang' naar de jeugdzorg betreft: het melden bij het AMK. De WJZ regelt niets speciaals over specifieke zorg voor mishandelde kinderen: zij zijn gelijkgesteld met alle andere kinderen in problemen die jeugdzorg nodig hebben. Voorrang voor mishandelde kinderen is als zodanig niet geregeld. Er is wel voorzien in spoedprocedures bij urgente problemen (bijvoorbeeld in artikel 3 lid 5 WJZ); het is niet ondenkbaar dat die acute hulp in het bijzonder nodig is ingeval van ernstige mishandeling (waaronder verwaarlozing).

Melden door professionals
Er is ook nog een bijzondere bepaling in de jeugdzorgwet (artikel 21): zorgaanbieders (zoals internaten) moeten aan het Bureau Jeugdzorg melden als een medewerker zich schuldig maakt aan kindermishandeling. Een medewerker die in de jeugdzorg werkt en weet dat een collega zich schuldig maakt aan kindermishandeling, is verplicht dit te melden bij (de directie van) de zorgaanbieder. Voor de goede orde zij opgemerkt, dat het hier gaat om de brede definitie van kindermishandeling zoals hierboven weergegeven en niet alleen hetgeen valt binnen de delictomschrijving van mishandeling (artikelen 300-304 Wetboek van Strafrecht) of zedenmisdrijven jegens minderjarigen (artikelen 239-253 Wetboek van Strafrecht). Naast deze meldplicht voor jeugdzorgers bevat de jeugdzorgwet ook een meldrecht van professionals die aan een beroepsgeheim zijn gebonden (zie artikel 53 lid 3 WJZ). Het AMK kan als onderdeel van het BJZ) personalia opvragen over degene van wie vermoed wordt dat hij/zij kinderen mishandeld heeft (artikel 53 lid 2 WJZ). De wettelijke meldplicht voor kindermishandeling blijft beperkt voor werkers in jeugdzorg (alleen bij zorgaanbieders). Andere beroepsbeoefenaren hebben geen meldplicht. Het onderwijs kent de verplichting (vermoeden van) zedendelicten bij de politie aan te geven; schooldirecties mogen dat niet 'onder de pet' houden. Dit is vastgelegd in artikel 3 van de wet op het Voortgezet Onderwijs. Professionals met een beroepsgeheim (vooral te vinden in de medische sector) is toegestaan kindermishandeling bij een AMK te melden. Er zijn wel meldcodes opgesteld, waarbij het tot de professionele standaard 'gerekend wordt op een bepaalde 'manier te handelen ingeval van (vermoeden van) kindermishandeling; niet melden is dan een overtreding van beroepsregels, niet van wettelijke voorschriften. Het is opvallend dat medewerkers van het Bureau Jeugdzorg geen wettelijke meldplicht hebben en directies van (jeugd)zorgaanbieders wel.

Zorg om kindermishandeling
Een effectieve aanpak van kindermishandeling is door het nieuwe wettelijke jeugdzorgstelsel afhankelijk gesteld van:
- de bereidheid tot het melden van kindermishandeling door professionals (met name in de maatschappelijke zorg, volksgezondheid, onderwijs) en door omstanders (= familie, buren etc);
- de mate van professionaliteit van het AMK in kwantitatief en kwalitatief opzicht;
- de effectiviteit van de organisatie van het Bureau Jeugdzorg;
- de mate van professionaliteit van de overige afdelingen van Bureau Jeugdzorg in kwantitatief en kwalitatief opzicht;
- de mate van professionaliteit van de jeugdzorgaanbieders in kwantitatief en kwalitatief opzicht;
- de mate van bereidheid van de provinciale overheid en de grote steden om de benodigde financiële middelen ter beschikking te stellen aan het Bureau Jeugdzorg en de jeugdzorgaanbieders in de provincie en de stadsregio;
- de mate van bereidheid van de centrale overheid om de benodigde financiŽle middelen ter beschikking te stellen aan de provincies en de grote steden; - de wijze waarop het AMK en het BJZ zaken doorverwijzen naar de Raad voor de Kinderbescherming (voor het uitlokken van civielrechtelijke maatregelen) en naar politie en justitie (voor het treffen van strafrechtelijke maatregelen);
- de mate van professionaliteit van de Raad voor de Kinderbescherming bij het uitlokken van civielrechtelijke maatregelen;
- de mate van professionaliteit van het regionale politiekorps en het openbaar ministerie bij het treffen van strafrechtelijke maatregelen. De nieuwe wet houdt een risico van verdere bureaucratisering van de jeugdzorg in. Een brigade is al gevormd om de administratieve valkuilen, obstakels en drempels op te sporen en te dichten, te ruimen of te slechten. Een effectieve meetbare aanpak van kindermishandeling is een toetssteen voor het rendement van de jarenlange investering in nieuwe wetgeving.

Stan Meuwese

top page