actueel
organisatie
terecht
cmw penning
vernindingen
archief
contact
cover
nummer70

nummer 73
nummer 72
nummer 71
nummer 70


introductie

veiligheid, geborgenheid en gezonde opvoeding voor elk kind
Clara Meijer Wichmann Penning voor Prof. dr. A. van Dantzig

Prof. dr. mr. Jan C. M. Willems Bijzonder hoogleraar Rechten van het kind, Vrije Universiteit Amsterdam Centrum voor de Rechten van de Mens, Universiteit Maastricht

(1.) 'Wij dragen als gemeenschap - en daarom ieder van ons als individu - gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van kinderen, burgers in wording.' - Dries van Dantzig.
(2.) 'Ik denk dat vooral ouders die met opvoeden bezig zijn, er goed aan zouden doen zich af te vragen of zij misschien vadertje en moedertje spelen met hun kind zonder het kind gevraagd te hebben of het dat spel wel wilde meespelen. Als je alleen maar wilt spelen dat je vader bent, koop dan een plaspop die ook kan huilen. De rechten van een kind respecteren is in geen enkel opzicht een spel maar (...) universeel geldend recht (...).' - Ernst Stern .

In Westerse landen, zeker ook in Nederland, heeft circa tweederde van alle kinderen min of meer baat bij het gezinsleven in hun ouderlijk huis. Eén vijfde heeft zowel baat bij dat gezinsleven als ondervindt er schade van. Eén tiende loopt ernstige schade op. En één tot enkele procenten zodanig ernstige schade dat deze zelfs binnen de meest enge interpretatie van de AMK-definitie van kindermishandeling valt (AMK = Advies- en Meldpunt Kindermishandeling). In een willekeurige groep van dertig kinderen zijn er dan twintig min of meer gelukkig en veilig; zes lopen, afhankelijk van hun individuele veerkracht en verdere omstandigheden, meer of minder ernstige risico's wat hun gezonde opvoeding en ontwikkeling betreft; drie zijn of worden slachtoffer van kindermishandeling en één in zeer ernstige mate, dat wil zeggen in een mate die in mensenrechtelijke termen onder marteling zou vallen. In een mensenrechtenklas van dertig kinderen zitten zes te korte gedane en vier vernederde kinderen, van welke vier er één na school weer aan de marteling wordt uitgeleverd. In een mensenrechtenklas van dertig studenten zitten er zes wier rechten als kind op een zo gezond mogelijk gezinsleven meer of minder ernstig zijn geschonden, drie die in hun gezin van herkomst onmenselijk of vernederend zijn behandeld, en één die in het gezin is gemarteld. En dat is dan geen mensenrechtenklas in bevrijd Irak of Afghanistan maar in verlicht Nederland. Wat als al die studenten hun les goed hebben begrepen en schadeclaims gaan indienen tegen de Staat der Nederlanden? Zouden zij net zo lang moeten procederen als een generatie vóór hen vrouwen in Nederland hebben gedaan om hun recht te halen ...?

De aard, omvang en ernst van vermijdbare kinderbeschadiging en kindermishandeling doen bijna vanzelf de vraag rijzen: wie zal de opvoeders opvoeden? Anders gezegd: hoe moeten we de lessen, normen en waarden van mensenrechten en rechten van het kind naar opvoeders brengen? In Nederland komen wij aan die vraag niet eens toe. Wij hollen van incident naar incident. Van gruwel naar gruwel. Van Rowena naar Savanna. Als kippen zonder kop. Wat is er toch mis in ons land?

In Nederland zijn wij doorgeslagen in het gedogen van onverantwoord ouderschap. Dat gedogen betekent dat we met z'n allen grof en grootschalig fundamentele rechten van kinderen schenden. We zijn als samenleving - politici, professionals, wetenschappers en opinion leaders voorop - laks en laf in het aangeven van wat we onder minimaal verantwoord ouderschap verstaan. In het eisen van veiligheid, geborgenheid en gezonde opvoeding voor elk kind, als basisrecht van alle kinderen in ons land. We schieten zwaar te kort in het creëren en verbeteren van structuren van zorg, participatie en toezicht rond ouderschap. Ouderschapsversterking, individueel en collectief, alsook ouderparticipatie, lokaal en in landelijke organisaties, horen hand in hand te gaan met adequaat toezicht op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen.

Naar kinderen in moeilijke omstandigheden, de familie van kinderen in nood en andere betrokkenen bij het kind of het gezin in problemen hoort te worden geluisterd. Er dient zo veel mogelijk door hen, en niet over hen, voor hen en zonder hen te worden beslist. Veiligheid, geborgenheid en gezonde opvoeding voor elk kind zijn daarbij steeds uitgangspunt en staan voorop (zie artikel 3 en 19 van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind). Voor elk kind dat bij de hulpverlening is aangemeld, dient één persoon de eindverantwoordelijkheid te dragen. Hulpoplegging bij gemankeerd ouderschap en uit-huis-plaatsingen bij onverantwoord ouderschap, alsook latere veranderingen in de verblijfplaats van een kind - terug naar de ouders, naar één van de ouders, naar pleegouders, naar een instelling, naar andere pleegouders -- dienen door de kinderrechter te worden geaccordeerd op basis van het fundamentele recht van het kind zich veilig te kunnen hechten en zich geborgen te weten. Ook bij conflicten rond scheiding en omgang dienen veiligheid, geborgenheid en gezonde opvoeding voor elk kind voorop te staan.

De jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg in Nederland in hun huidige armetierige vorm - met onvoldoende middelen, menskracht, interdisciplinariteit, professionaliteit, samenwerking en regie in &eaucte;én sluitend stelsel op basis van een heldere visie op verantwoord ouderschap en basisrechten van kinderen - zijn een ramp voor het land. Een ramp door sectarische zelfgenoegzaamheid, een ramp door gebrek aan professionele verantwoordelijkheid, zelfrespect en burgerzin, een ramp door visieloosheid en bestuurlijke oppervlakkigheid, een ramp door mensenrechtelijke onwetendheid en laksheid. De kinderbescherming (onderdeel van jeugdzorg) in dit land beschermt elk jaar tienduizenden kinderen niet of niet goed. Zonder een spoor van schaamte, zonder zweem van kritische zelfreflectie: 'Wíj hebben Savanna niet gedood." De consultatiebureaus, huisartsen en overige (jeugd)gezondheidszorg bieden elk jaar enkele honderdduizenden aanstaande en prille ouders onvoldoende pedagogische voorbereiding en begeleiding, oudertherapie, informatie over kindontwikkeling, advies over gezonde voe-ding ?n opvoeding en praktische hulp of effectieve doorverwijzing bij dit alles. Zéker: zij doen meer dan 'wegen en meten,' maar zij doen minder dan wat minimaal noodzakelijk is, en mogelijk is in een rijk land. Zéker: zij leven niet meer in de 'middeleeuwen,' maar zij voeren ons evenmin naar de moderne tijd. Naar een 21e eeuw van effectieve kinderrechten en verantwoord ouderschap.

Intussen laat het hele land, de politiek voorop, de jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, kinderbescherming en overige instellingen (waaronder scholen, kinderopvang enzovoorts) maar aanmodderen en in de kou staan. Met z'n allen kijken we de andere kant op tot één van de vijftig tot tachtig doodmishandelde of doodverwaarloosde kinderen per jaar een naam krijgt, Rowena of Savanna blijkt te heten. Dan begint voor de zoveelste keer het zwartepietenspel. Volk en media beschuldigen instellingen, instellingen beschuldigen elkaar of ouders: 'Wíj hebben Savanna niet gedood.' En de politiek vindt dat allang best, want die blijft zo buiten schot. Wast de handen in onschuld - en houdt de hand op de knip - na het aankondigen van nieuwe coördinatoren, coördinaten, kaderwetten of loketten. Normen en waarden beginnen bij kinderrechten. En kinderrechten beginnen bij een politiek en een samenleving die werk maken van verantwoord ouderschap en die investeren in doeltreffende voorzieningen voor ouders en kinderen. Zolang daar geen sprake van is, is elk door mishandeling of verwaarlozing overleden kind, een kind dat door ons allen is gedood...

Dries van Dantzig zag het niet alleen goed (openingscitaat 1). Hij getuigde ook van zijn inzichten in lezingen en publicaties. Onvermoeibaar, jarenlang, met groot geduld. Zich vaak een roepende in de woestijn voelend. De woestijn van gebrekkige geestelijke gezondheidszorg en - bijgevolg - kindermishandeling. De woestijn ook van grove economische ongelijkheid, al liet hij zich daar minder publiekelijk over uit. Zodra hij meende één of twee medestanders te hebben gevonden, ijverde hij voor de oprichting van een emancipatiebeweging en actiegroep voor kinderen: RAAK, Reflectie- en Actie-groep Aanpak Kindermishandeling (zie 'www.raak.org', 'www.stopkindermishandeling.nl').
Met RAAK als voertuig ijverde hij voor de instelling van RAAK-Regio's, een viertal door de overheid gesubsidieerde start-regio's waar een begin kon worden gemaakt met ingrijpende verbetering van structuren van zorg en toezicht rond ouderschap, in het bijzonder door professionalisering van hulpverlening en verbetering van samenwerking tussen instellingen op basis van een plan voor een 'zorg-continuüm' van prof. Jo Hermanns (zie 'www.raak.org', 'www.samenopvoeden.nl').

Geestelijke gezondheidszorg en een fatsoenlijke levensstandaard zijn fundamentele mensenrechten. Zie respectievelijk artikel 12 en 11 van het Internationaal Covenant inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten. Kinderen hebben recht op geestelijk gezonde ' en dus zo nodig en mogelijk geestelijk gezond gemaakte ' ouders met een fatsoenlijke levensstandaard. Zie artikel 18 en 27 (juncto 4) van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dries van Dantzig zag het niet alleen goed. Hij deed het ook goed. Hij deed goed voor de rechten van kinderen en de mensenrechten van ouders. Niemand weet beter dan hij dat er nog een lange weg is te gaan. De weg van de mensenrechten, de weg van verdragen naar - om met Ernst Stern te spreken (openingscitaat 2) - universeel geldend recht.

Universeel geldend recht - dus óók in Nederland. Kindermishandeling de wereld uit ' om te beginnen in Nederland.

Dries van Dantzig: de eerste steen is geworpen. Door jou. Hij stuitert van RAAK-Regio naar RAAK-Regio. En straks door het hele land. De RAAK-kogel is door de kinderrechten-kerk. Wij zijn jou veel dank verschuldigd. Jij was het begin. Wij gaan door met de strijd!

top page